Ze zien geen gevaar..
Link naar dit artikel Op donderdag 17 mei 2007 geschreven door Lia
Kinderen, ze zien geen gevaar! Alle ouders verzuchten dat op z’n tijd, vooral de moeders. Zo ook die van mij. En niet voor niets.
Mijn meest riskante onderneming was het lopen over het stenen muurtje rond ons balkon, mezelf vasthoudend aan de waslijn.
Toen ik na jaren weer eens op dat balkon stond – het zelfde muurtje was er nog - keek ik over de rand en griezelde bij de gedachte hoe mijn avontuur af had kunnen lopen..
Capriolen maakte ik ook op de fiets: met “losse” handen, de voeten comfortabel op de bagagedrager, suisde ik over een steile weg naar beneden.
Bij een vijver in onze buurt was een soort plateau, hoog boven het water, met een hekwerk er omheen. Een sport vond ik het om langs de verkeerde kant van het hek te lopen, met onder mij het water, zwemmen kon ik nog niet eens.
Wie het verst uit het raam durfde te hangen, een geliefd wedstrijdje met mijn broers.
Met lucifers spelen, uitproberen hoe sterk die tak is, hoog in die boom, spuitbussen openmaken om te zien of dat nou echt zo gevaarlijk is, kortom:
Dat ik er nog ben mag een wonder heten!
Haalden jullie ook van die halsbrekende toeren uit?
36 reacties op “Ze zien geen gevaar..”
Laat een reactie achter
Jazeker deed ik dat ook, ik was zo leuk om het stuur van mijn fiets andersom te doen zodat de remmen bovenop zaten, nou en dan moest ik opeens remmen en dacht natuurlijk dat het nog in de oude staat stond…valpartijen en open knietjes, het was uiteraard midden in de zomer.
Of achterop de bagagedrager zitten en dan het stuur vastpakken en zo gaan fietsen, heel leuk ja!
Bomen klimmen en dan lekker de tak heen en weer laten slingeren waar je op zat, bij ons in de tuin stikte het van zulke bomen maar ik had een favoriete en dat was de boom ook nog aan het water, ik woonde buiten, heerlijk toch?
Tegenwoordig zie je ook kinderen achterstevoren zitten bij moeders achterop en de voetjes dan in moeders zijtassen
Fietscapriolen, zeker. Tot en met fietsen over het ijs, iets te gladjes. Omdat ik hoogtevrees had en heb niet echt iets met bomen en balkonnen uitgevreten, maar wel met afdraaiende bruggen over al die wijken en kanalen…we draaiden de brug bij ons huis zo maar af en wisten trouwens niet hoe die teruggedraaid kon worden.
Over de nok van het dak lopen,allerlei fiets capriolen hoge springschansen met de bromers en in de hoogste bomen zo hoog mogelijk dat er bijna geen tak meer zat.
Nou doen onze eigen kinderen precies het zelfde soms hou ik me hart vast en soms draai ik me maar om dan denk ik,ik heb precies het zelfde gedaan,nou weet ik hoe onze ouders zich voelde.
Wauw ….. Lia, wat een leuk onderwerp.
Dit moet leuke verhalen gaan opleveren.
Ook ik heb er eentje :
Ik woonde in Rotterdam-Overschie bij de Schie en ging altijd met een stel vrienden op de dukdalven klimmen die in de rivier staan onder de Giessenbrug.
Een gevaarlijke onderneming …. soms nat.
En een plek waar niemand je ooit vindt als je uitglijdt en valt.
Instinctmatig nooit verteld tegen mijn ouders, ze zouden nu met terugwerkende kraacht woedend zijn. Gelukkig hebben ze geen internet.
Onder de bruggen an de Prins Hendrikkade op de blokken gaan staan en dan niet meer weten hoe je terug moet. Gelukkig is er dan de boot van de stadsreiniging(toen nog wel) die richting de vuilverbranding ging en waar je tussen het afval sprong(brrrr)
Je vasthouden aan een brug die open ging en er tegen blijven staan zolang hij open stond. Niet op land maar gewoon in de Kinkerstraat in Amsterdam, ten over staan van het publiek dat in de spits zijn weg naar huis zocht.
Op onbetrouwbaar ijs en ijsschotsen lopen.
Spelen in aanbouwzijnde huizen, en bovenop het dak, waarop nog geen dakpannen lagen, zitten en genieten van het uitzicht
Hele gekke capriolen op je fiets maken, varierend van met losse handen fietsen, met je ogen dicht fietsen, iemand op je stuurnemen.
Ben benieuwd naar de verhalen
Ik heb vroeger ook vaak dingen gedaan die ik nu niet meer zou doen en ik moet wel een zeer goede beschermengel hebben, anders had ik nooit deze reactie kunnen typen.
Ik was eens op weg naar het zwembad en het had zwaar geregend dus lagen er overal grote plassen. Tegen het advies van mijn moeder in ging ik altijd met mijn laarzen door die plassen lopen. Helaas was er onder een van die plassen een putdeksel open, kon je echt niet zien en toen verdween mijn rechterbeen helemaal in die put. Gelukkig liep alles goed af en was alleen mijn been drijfnat geworden en mijn moeder keerde meteen rechtstreeks met mij naar huis om een droge broek aan te trekken. Van zwemmen is het die dag niet meer gekomen. Okee, dit was misschien niet zo’n spectaculair ongeluk, ik had in het ergste geval mijn been kunnen breken, maar ik had niet geluisterd naar het advies van moeder om niet in die plas te lopen.
Die halsbrekende toeren op de fiets herken ik wel. In de stad, tussen alle trams en auto’s door. En vasthouden aan een vriendje die al brommer mocht rijden, onderweg naar school. Dus met 60 km/u meescheuren, met slechts één hand aan het stuur en natuurlijk zonder valhelm.
Voor ijs en water hadden we een heilig ontzag, daar hield ik mij verre van. Mijn moeder heeft ooit een 4-jarig broertje verloren, doordat ie (op zijn klompen) door het ijs was gezakt en verdronken. Er is mij altijd ingeprent niet op onbetrouwbaar ijs te stappen en ook wat ik moest doen als ik toch door het ijs zakte, namelijk (je schijnt er dan gelijk onder te schuiven) naar het donkere stuk te gaan en niet naar het lichte. Dat is altijd blijven hangen.
Ik was vroeger ook geen braaf jochie en deed veel gevaarlijke toeren. Ik klom in de hoogste bomen, tot ik de stam teveel voelde meebuigen met mijn gewicht. In Katwijk stond bij een school (visserijschool?) een hoge mast op het schoolplein, compleet met touwladders, natuurlijk tot het topje geklommen tot een politie-agent me naar beneden sommeerde. In de duinen fietsen en als een tornado de helling afscheuren, het liefst over de voetpaden. Tot er na een bocht opeens een hek stond. Hek verbogen, fiets met een krom balhoofd, ikzelf als een acrobaat met enkele salto’s meters verder in de struiken en kotsmisselijk van de klap (verder geen beschadigingen). Een keer in eind jaren 50 was het extreem laag water dat je over de zandbanken voor de golfbrekers kon fietsen. Dat werd dus prompt gedaan, tussen de banken stond hier en daar een paar centimeter water. Toen ik ter hoogte van de noordzijde van de Scheveningse boulevard weer het strand op wilde moest ik weer een strook water over. In plaats van een paar centimeter was het een geul van een meter diep. Ik ging feestelijk kopje onder en moest tegen de andere kant op kruipen. Omdat het februari was met een paar graden vorst ben ik als een bezeten naar huis gefietst, ongeveer 5 kilometer. Dat was het resultaat van de verhalen van m’n vader aangaande de effecten van onderkoeling. Thuis gekomen werd ik pontificaal voor de kachel geplaatst met m’n voeten in een teiltje warm water. En een mok hete thee met een scheut rum. Alleen dat laatste hoefde voor mij (toen) niet.
IJsschotsje springen was ook één van de sporten, waar ik door m’n redelijk lage gewicht en m’n toenmalige lenigheid goed in was. Ik ben nooit onder gegaan maar ik heb steeds als laatste heen en weer over de sloot gedurfd.
In Bezuidenhout stonden in m’n jeugd nog steeds de gebombardeerde huizen. Er stonden nog veel huizen overeind met alleen oppervlakkige schade. Ze waren allemaal dichtgetimmerd maar daar kwamen we wel in met wat wrikken aan de planken. Soms ontbrak er een trap en dan gingen we aan een touw omhoog. Ook waren de planken vloeren niet overal even stevig en donderde er wel eens een stuk naar beneden. Maar was je eenmaal boven dan had je een prachtig uitzicht. Tot twee keer toe heeft de brandweer een paar vriendjes uit m’n straat moeten bevrijden uit een ingestort trappenhuis of een of uit een kelder waar de trap het had begeven.
Dat klimmen kwam me later goed van pas. In de jaren 70 deed ik een stage bij een constructie bedrijf (het bedrijf dat het oude Feijenoord stadion gebouwd heeft) en hielp een 35 meter hoge heistelling op Europoort installeren. Toen bij windkracht 8 een kabel vastliep aan de top ging ik met een koevoet en een lijflijn naar boven (ik was de jongste van de ploeg). Als je boven bent in de gierende storm en naar beneden kijkend de stalen constructie als een ritje heen en weer ziet bewegen, moet je toch wel even slikken. Het mankement was echter snel verholpen, maar ik was blij dat ik weer heel op de vaste bodem stond.
Inderdaad want ik was ook geen lievertje.
Op het kanaal gaan varen met gepikte roeibootjes (niet kunnen zwemmen en ook niet roeien) Ik zat ook graag hoog, of op het dak van de schuur, maar nog liever het dak van het huis. Het gekke is dat mijn moeder eigenlijk nooit naar boven keek als ze me zocht.
Ook gevaarlijk waren de ‘reuzenpannesponzen’ Dat waren opgerolde torpedo netten die op de kade lagen , tijdens de oorlog hadden die de haven afgesloten. Wij klommen erop en erdoorheen. Je moet er niet aan denken wat er gebeurt was als die boel was gaan schuiven.
Ook gingen we wel buiten het stadje ‘koerijden’ bij gebrek aan een paard klommen we op koeien.
Of hongerwintertje spelen, dan pikten we aardappelen en bieten van het land en ‘poften’ die in een eigengestookt vuurtje (aten ze dan nog half rauw op ook)
Ja en dat allemaal voor een meisje. Mijn zussen waren altijd veel braver.
Ik kan me vaag herinneren dat ik zonder handen aan het stuur fietste een half blok 2 straten. Maar verder was ik wel braaf geloof ik.
Ik klom altijd op het dak van de garage en een keer sprong ik er zo vanaf, niet denkend aan de gevolgen. Wonder boven wonder had ik niets gebroken, alleen deden mijn knieën zeer.
Ik zal een jaar of zeven geweest zijn en deed met een vriendje in de Bosjes van Pex een wedstrijd wie het hoogst in een dennenboom kon klimmen. Ik won en zat minstens zes meter hoog. Plotseling brak de top af waar ik me aan vasthield en viel zes meter omlaag met die top nog in mijn knuistjes, midden in de brandnetels. Mijn moeder, die het zag gebeuren schrok zich een ongeluk. Dezelfde middag nog nam ze me mee naar de huisarts die me even onderzocht, maar ik bleek gelukkig niets te mankeren.
In de loop van de dag borrelde er nog wat naar boven:
ops:
Bovenop de waslijnpaal staan.
In het openstaande slaapkamerraam zitten.
Stiekem in het diepe zwembad zwemmen terwijl ik geen zwemdiploma had.
Met zwemles in het Sportfondsenbad in Beverwijk zeggen dat ik al héél lang in het diepe bad zwemt maar eigenlijk nog in het kikkerbadje thuishoort. De zwemjuf had gelukkig in de gaten dat ik voor geen meter kon zwemmen en stuurde mij met een vette uitbrander naar het kikkerbadje
Nou en of. Met losse handen fietsen was de gewoonste zaak van de wereld. Ik herinner me dat mijn vriendinnetje en ik al kwebbelend met losse handen fietsten en dat onze sturen in elkaar haakten. Daar gingen we, maar jong en soepel als we waren mankeerden we niets. We stonden op, draaiden de sturen recht en fietsten vrolijk verder. Ietsjes stiller, dat wel.
En vroeger woonden we aan een dijk. Er liep een trap van boven naar beneden. Ik fietste via een omweg naar boven om dan van de de trap af naar beneden te fietsen, nou ja, fietsen, het was meer hobbelen.
Mijn dochter deed dat weer anders. Die fietste rond op mijn fiets, maar die was veel te groot voor haar, ze kon niet bij het zadel. Mede daarom kon ze er wel op fietsen maar niet remmen. Om tot stilstand te komen reed ze tegen de schuurdeur.
Ja wij klommen in de brug bij ons thuis om de hoek, dat was een hefbrug en minstens 50 meter hoog met van die grote ballastblokken er aan. Toen onze achterneef dodelijk verongelukte een paar jaar geleden omdat hij viel, heb ik er nog eens aan gedacht hoe levensgevaarlijk dat was. Stiekem onder de spoorbrug klimmen en er in gaan zitten zodat je het goed kon horen als de trein een halve meter boven je er over heen denderde. Verder teveel om op te noemen ijsjepiepen en slootje springen.
Losse handen fietsen, op je bagagedrager zitten en dan fietsen, in bomen klimmen enz. enz. mijn moeder zei wel eens tegen me: ‘ik denk dat jij eigenlijk een jongetje had moeten zijn!’
Mijn broer was echt een braaf jongetje wat dat betreft en haalde echt geen streken uit zoals ik allemaal deed, dus ach ja, dan had hij misschien wel een meisje moeten zijn
Hahaha @Sentiment dat werd tegen mij ook altijd gezegd!
jeetje mina, dat de mensheid nog bestaat.
Het is van alle dag. In de middeleeuwen zullen de kinderen wel op de muren van de stad hebben gespeeld met alle gevaren van dien. Als ik zie wat mijn dochters deden toen ze een jaar of tien, elf, twaalf waren. Op de daken van school lopen, aan de verkeerde kant van de brugleuning, met de fiets op vliesdun ijs etc. Als kind precies hetzelfde gedaan zonder te zien hoe link het allemaal was en nu tegen je eigen kinderen zeggen hoe gevaarlijk het allemaal is. Zoals steds, de geschiedenis blijft zich herhalen. En gelukkig is JS er om ons daar aan te helpen herinneren.
zittend op de bagagedrager en slippen vooral slippen, nu met een veertienjarige waarvan ik afgelopen maand al vijf keer de banden heb verwisseld, snap ik maham eindelijk, en wacht mokkend op de dag dat zijn kids met versleten bandjes aan komen zetten.
klimmen was niet mijn ding, ik bezat de lenigheidheid en motoriek niet, maar dat compenseerde ik door alles te proberen wat wielen heeft, tot zelfs vorig jaar een scootmobiel aan toe ik reed regelrecht een terras om zeep, de hendeltjes waarmee ik dacht te remmen bleken gashendeltjes te zijn.
Helaas zag de rest van het winkelcentrum het ook en iemand riep och, die arme invalide vrouw, ben echt met het schaamrood op de kaken vertrokken.
brommer rijden (zonder rem) deed ik al toen ik elf was stiekem in het buitengebied van enschede (vliegveld) en autorijden vanaf mijn eerste vriendje die hemzelf thuis liet staan als hij de binnenstad inging en ria er vrolijk mee naar moeders in hengelo reed, mijn rijbewijs heb ik in een keer gehaald in 2003 maar rijden deed ik al veel langer.
even voor de kriminakkels onder ons, met roze kaartje rijd wel fijner.
Ook even een startmotor verwisselen of een bumper schuren vind ik leuke klussen…..
Laatst lekte mijn auto benzine en nadat ik hem op de krik had zag ik dat het slangetje poreus was, fixte het onder kritische ogen van een schoer pubertjes en een trotse pleegzoon die breed grijnzend zei jahaa wel ff mijn pleegmoeder.
Overigens scheuren die ook stiekum bij het vliegveld en baalden dat ik er al meteen achter kwam.
ik sprong altijd van de trap af naar beneden, zo hoog mogelijk. mijn moeder zei dat dat wel een keer fout moest gaan. niet dus. Ik was een echte buitenspeler, klimmen in de hoogste bomen, schotsje springen, op krakend ijs lopen, (met bonkend hart, dat wel)fietsen deed ik vaak zittend op de bagagedrager of met losse handen, en er was een gezegde: kijk eens mama zonder handen……… kijk eenf mama fonder tanden.
2 van mijn kinderen waren ook van die waaghalsjes, maar binnen ons gezin heeft niemand ooit iets gebroken, wel pleisters en blauwe plekken her en der.
Ach het is wat Roefel zegt: het is van alle tijden.
Waar ik gisterenavond ineens aan moest denken is het volgende. Ik logeerde bij een nichtje. Zij woonde naast een huis dat kort geleden was afgebrand en het werd ons op het hart gedrukt om dat huis niet binnen te gaan, want het stond op instorten. Dus wat deden wij? Juist! Wij gingen dat huis in. Ik herinner me dat de deur dichtsloeg en dat we er niet meer uitkonden. Weg was ons voornemen om geesten te gaan verjagen, we durfden geen vin meer te verroeren. Het stonk er, alles was zwart en het huis kraakte aan alle kanten. We waren vreselijk bang en heel blij toen een vriend van de familie ons angstig piepende helphelp opmerkte en ons uit onze benarde positie wist te bevrijden.
De volgende dag ging het huis plat of in elk geval kort daarop.
Je zag als kind echt geen gevaar. Ik ben toen ik een jaar of 8 was samen met een ander kind over de rand van een viaduct over de weg gelopen in Santpoort terwijl er een trein aan kon komen. Een man schreeuwde ons helemaal over zijn toeren naar beneden en we kregen enorm op ons duvel.
ik heb in alle bomen in de buurt gehangen tot grote ergernis van deze en gene
machtig mooi was dat vroeger, je was als kind ook veel flexibeler dan nu als 30er
klimmen in hoogspanningsmasten, over gevaarlijk ijs lopen (en erdoorzakken), met de fiets op ijs en met mn renfietsstuur ondersteboven (stierenkop) en daar je benen overheen als je vaart had, losse handen, losse tanden, bijten in schrikdraad, allerlei explosieexperimenten met haarlakbussen, vuurwerk, brand stichtten, dingen vd hoogste flatverdieping gooien terwijl er mensen onder liepen, dinge op rails leggen….oja, vuurwerk in je hand laten klappen zonder een spier te verrekken…
Maar op t randje v e balkon lopen ofzo, nee, dat durfde ik niet. heb t niet zo op ‘randjes’…
Ik heb t allemaal zonder noemenswaardige kleerscheuren overleefd, maar ik ben vooral blij dat ik geen moordenaar ben want ik heb vaak door kattekwaad anderen in gevaar gebracht…En dat snap ik niet, want ik dacht wel na, tenminste…dat dacht ik…
$teven1970, je durft niet over randjes van een balkon etc te lopen en bijvoorbeeld dakgoten?
Wacht maar af als je ooit gaat slaapwandelen, maar dan weet je dat gelukkig niet
judith63: als ik dood kan vallen dan durfde ik het niet.
Nee, maar als ik dan die berichten lees van die steen door de voorruit v e rijdende auto in onze regio…ik ben zooo blij dat ik zoiets niet op mn geweten heb, echt waar!
offtopic: die man en vrouw zijn de oom en tante van mn beste maat. die man die t overleeft heeft, is nog in kunstmatig coma; mist 1 oog plus oogkas, zn vrouw al dood en begraven…ach ach, als die man straks bij kennis komt zwaar verminkt , vrouw bestaat niet meer….Dat een paar kutjochies zo iemand kunnen verminken lichamelijk en psychisch…
het zou niet mogen bestaan…
Ik snap ook niet hoor $teven1970 wat ze eigenlijk bezielt en zeker als het bekenden overkomt is het helemaal afschuwelijk ja, het lijkt soms wel of er zombies op aarde zijn of zo die de boel even komen verzieken…..
Ik wens je beste maatje het allerbeste toe en heel veel sterkte want ja als je moet horen dat je vrouw al dood en begraven is lijkt mij ook heel erg……ik weet niet wat ik hierop moet zeggen maar ik leef wel met jullie mee gatsiederrie nog an toe zeg
Klom vroeger regelmatig op daken van diverse gebouwen om de voetbal eraf te halen. Een keertje ging het mis en brak de inferieure plastic regenpijp bovenaan af waardoor ik weer naar beneden vloog. Iedereen schrok zich kapot, maar wonder boven wonder had ik alleen maar heel veel pijn en niets gebroken.
Liep vroeger ook regelmatig op de randjes van bruggen of balkons van flatgebouwen. Ben een keer bijna van 11 hoog naar beneden gegleden en heb sindsdien een beetje last van hoogtevrees. Ook op de fiets crossen was vroeger een van mijn hobbies en dat heeft ook al behoorlijk wat ongelukken opgeleverd. Op het ijs fietsen, er doorheen zakken en er niet meer uit komen. En ook inderdaad dat gedraai met dat stuur tijdens het fietsen om vervolgens een paar tanden door je lip te vallen. Waardevolle lessen. Toch was je na een tijdje wat voorzichtiger te zijn geweest toch weer snel aan het experimenteren. Zo had je vroeger bijvoorbeeld veel houten tuinwerken versierd met zogenaamde “bruidsluiers”. Toen ik samen met een vriendje aan het racen was op een heel smal paadje tussen 2 rijen achtertuin kreeg ik ook continue die bruidsluiers in mijn ogen. Als klein jongetje was het eerste wat in mij opkwam mijn ogen sluiten, stuur rechthouden en lekker hard doorfietsen. Dat ging goed totdat ik bijkwam en er een houten spies van een tuinhek door mijn bovenbeen stak. Dat doet toch wel echt heel erg veel pijn kan ik vertellen.
Hoewel ik vroeger altijd buiten was (wie niet??)en een nogal jongensachtig meisje was, ben ik volgens mij wel altijd voorzichtig geweest. Tuurlijk klommen we in de hoogste bomen en op garagedaken. Maar ik kan me niet herinneren dat ik echt heel gevaarlijke dingen heb gedaan. Met drieën op een fiets was al wel heftig, of wat denk je van op de bagagedrager staan?
Mijn zoon maakt mijn gebrek aan gevaarlijke stunts inmiddels ruimschoots goed.
Eén van mijn stunts was om zo langzaam mogelijk te fietsen en toch niet om te vallen. Dat deed ik samen met een vriendje die een rare fiets had met hele kleine wielen en ultradikke banden. We fietsten dan om beurten en keken wie zo het verste kwam. Zo reden we rondjes om een BP benzinepomp-station dat vlakbij zijn (stief)ouderlijk huis staat.
Schaatsen vond ik zo stuntrijk dat ik ermee stopte omdat ik telkens met mijn handen en armen, etc. op het koude ijs viel. Het waren Friese schaatsen met touwtjes en zo’n houten krul van voren. Dan maar warme chocolademelk.
ik had me is ingewikkeld in een groot deken, en ik was aan het springe naar mijn moeder om me te laten zien. maar opeens trapte mijn zus op het eindje van het deken en ik sprong. maar ik bleef haken dus ik viel op de grond.
ik wou mijn armen uitsteken maar dat ging niet want die zaten in de doek gewikkeld. BANG met men tanden op de grond 1 tand was er met wortel en al uitgevallen. van mijn andere tand was een stuk af. later hebben ze die tand er trug ingezet. en ik heb ze nu weer allemaal
ja hoor met z,n 3 een op de fiets een op het stuur en de een op het zadel en de ander achter op,,, wat een lol had je toen . zo lang als het goed ging
@Ria, prachtverhaal…
In onze straat was een heel smal steegje wat naar de tuinen achter de huizen leidde.
Dit steegje was misschien een meter breed of smaller, maar ik vond het erg leuk om me met armen en benen tussen de 2 muren te klemmen, en zo naar boven te klimmen.
De huizen waren 3 hoog en ik kwam een flink eind boven de grond.
Er is nooit iets ergs gebeurd , maar ik zou het niet prettig vinden als ik wist dat mijn eigen kinderen dat deden…