Het meisje met de zwavelstokjes
Op dinsdag 28 december 2004 geschreven door Jeugd en Sentiment
Hans Christian Andersen geboren in 1805 te Odense, denemarken heeft vele sprookjes op zijn naam staan.
Hij groeit op in grote armoede en gaat op veertienjarige leeftijd naar Kopenhagen om daar zijn geluk te zoeken. Daar aangekomen komt hij in contact met Jonas Colin, de directeur van het Koninklijk Theater en deze bekostigt de opleiding van Andersen.
Hans neemt acteer-, zang- en , maar het lukt niet echt. Ook de door hem geschreven theaterstukken hebben geen succes. In 1829 behaalt hij zijn eerste grote succes met het boek 'Een wandeling langs het Holmen-kanaal'. Zijn eerste selectie van korte verhalen wordt in 1835 in 'De Improvisator' gepubliceerd en in datzelfde jaar wordt ook zijn eerste boek met sprookjes uitgegeven.
In totaal heeft Andersen 168 sprookjes geschreven waarvan de bekendste o.a. zijn:
- De nieuwe kleren van de Keizer
- De prinses op de erwt
- De kleine zeemeermin
- Het lelijke kleine eendje
Het sprookje wat in deze tijd van het jaar speelt is 'Het meisje met de zwavelstokjes', een droevig maar toch ook blij verhaal.
Op een koude Oudejaarsavond verkoopt een meisje op haar blote voetjes zwavelstokjes in de sneeuw. Het is niet druk en het meisje besluit om warm te blijven zélf de zwavelstokjes aan te steken. Als ze het 1e stokje aansteekt wordt ze lekker warm, maar al snel is het stokje uit. Bij het 2e stokje ziet ze een eetkamer waarvan de tafel gedekt is met allemaal lekkers, maar ook dit stokje gaat uit. Bij het 3e stokje zit ze onder een prachtige kerstboom, maar ook deze brandt veel te snel af. Als ze een 4e stokje aansteekt ziet ze haar overleden oma en snel steekt ze alle stokjes aan, omdat ze te bang is om haar oma niet meer te zien. Dan neemt oma haar mee en ze vliegen stralend naar boven, zó hoog, dat er geen kou, honger of angst meer bestaat.
De andere dag vinden voorbijgangers het meisje doodgevroren, maar de lach op haar gezicht geeft aan dat ze vredig is gestorven.