De Kettingbrief
Op woensdag 21 februari 2007 geschreven door Jeugd
Ik zat denk ik in de vijfde klas lagere school toen ik een brief kreeg. Dat was een hele belevenis, want de meeste brieven voor mij waren gericht aan ‘de ouders of verzorgers van…’
De brief was afkomstig van een vage kennis, de dochter van een vriend van m’n vader. Dat vond ik raar, evenals de postzegels die ze erop had geplakt: die waren uitgeknipt van een ansichtkaart en er zat strafport op!
Ik maakte de envelop open en las de brief. Het was een zogenaamde ‘Kettingbrief‘; ik moest de brief 5 keer overschrijven en doorsturen naar anderen. Er stond een lijstje met 5 namen en adressen op, waarvan je de bovenste persoon een ansichtkaart moest sturen en dan weglaten op de nieuwe brief. Daarop moest je ook jouw naam en adres onder aan de lijst zetten. Als je de kettingbrief naar vijf verschillende personen zou doorsturen, dan zou je na een tijdje 3125 ansicht kaarten ontvangen! Maar alleen als iedereen meedeed en de ketting niet doorbrak.
Ik wist niet wat er mee aan moest. Eigenlijk vond ik het helemaal niet leuk en ik zou 5 anderen opzadelen met een kettingbrief die ze misschien ook helemaal niet leuk vonden.
Ik legde het ‘probleem’ voor aan mijn ouders. Mijn moeder vond het onzin zo’n brief en volgens mijn vader was het een uitvinding van de PTT, goed voor de verkoop van postzegels. Ik besloot dus de brief níet over te schrijven en de ketting te doorbreken.
Heb jij weleens een kettingbrief ontvangen en wat deed je ermee?
Kerstpakket
Op vrijdag 22 december 2006 geschreven door Eric Erres
Vader werkte op kantoor bij een oliemaatschappij in Botlek. Die van de Smurfen. Bus van half zeven, overstappen en pas rond die tijd weer thuis. Mopperend op de wachttijden en het verkeer, toen al.
Een enkele keer moest hij opeens in het weekend naar kantoor om papieren voor een tanker in te vullen: dan ging ik met hem mee en dwaalde door een leeg kantoor.
Zo’n taxi was een belevenis omdat wij autoloos waren. Een rijbewijs had mijn vader wel na twintig examens gehaald maar van een auto was het nooit gekomen. Iedere avond doken wij in zijn tas omdat hij altijd iets mee had genomen: postzegels, elastieken, oude telrolletjes, etc. Het werk liet zijn sporen na en eind vijftig gloorde de WAO. Een vader heel de dag thuis: een log op zich.
Ook in de WAO kreeg mijn vader een Kerstpakket. Tijdens zijn werkzame leven werd hij dan door een collega thuisgebracht: zo’n pakket was te groot en zwaar om in de bus te vervoeren. Mijn broer en ik doken gelijk op het pakket! Vooral op zoek naar de nootjes, want het pakket was in die tijd nog vooral een levensmiddelenpakket. Tegenwoordig wordt dat niet meer gewaardeerd.
Het pakket werd onder de boom uitgestald (met één produkt minder…) en tot de jaarwisseling werd amper iets gebruikt. Gevolg: jaren later stuitte mijn moeder op de produkten die dan in de vuilnisemmer verdwenen. Produkten waren ook altijd van aparte firma’s en veelal onbekend.
Iedere dag fiets ik langs het station van Delft. In de decembermaand word ik altijd blij van al die mensen die ik daar zie sjouwen met dozen. Vaak met handige draagconstructies van touw. Veel gedoe maar van mij mag deze traditie blijven.
Kennen jullie een Kerstpakket?
Postzegels verzamelen
Op zondag 12 februari 2006 geschreven door Eric Erres
De wereld is kleiner geworden. Daarnaast is de techniek voortgeschreden. En dat heeft de mensheid een leuke hobby gekost. Jammer voor jonge jongens!
Natuurlijk omdat mijn broers postzegels verzamelden, volgde ik in 1970 hun voorbeeld. Zeven jaar oud. Ook ik ging Nederland postfris verzamelen. Mijn vader had een collega die ons om de zoveel tijd de zegels bezorgde. Toen deze er mee stopte ging ik over op een abonnement bij een postzegelhandelaar in Vlaardingen. Het stereotiepe winkeltje aan huis. Touwtje uit de deur. Een innemende man temidden van vele postzegelboeken. Bij een bezoek werden de zegels op het kleine werkvlak uitgestald. De gratis giro envelop gebruikte hij als bewaarmapje…
Ieder jaar ging het in de herfst kriebelen: dan werden de boeken tevoorschijn gehaald. Eerst witte insteekboeken, later zwarte: dan kwamen de zegels mooier uit. Zegels werden dan afgeweekt of gestoomd, gedroogd op een krant en later met een pincet zorgvuldig toegevoegd.
Voor mijn verjaardag kreeg ik vaak de nieuwe catalogus. Menig keer heb ik de waarde zitten berekenen. Regelmatig kreeg ik ook zo'n verpakt pakketje zegels in strak plastic op karton, of een lot onafgeweekt: vaak had je dan veel dezelfde. Esso had ook eens een leuke postzegelactie. Mijn voorkeur ging echter niet naar de hedendaagse zegels maar naar gebruikte zegels uit het verleden. Die fascineerden mij. Altijd weer verbaasd over de kleuren en afbeeldingen. En de stempel resten. Soms kocht ik oude zegels bij.
Natuurlijk had ik ook een boek met de titel Verre en vreemde landen. Daarin bewaarde ik de landen van de wereld en dat waren er heel wat. Per land maar een weinig zegels vaak. Want uit die landen kwam er niet zoveel post binnen. Daar kon je echter wel bij wegdromen.
Met de komst van de kleurcopieer was het voorbij: namaak was niet meer van echt te onderscheiden. Bovendien dreigt de postzegel te verdwijnen door de frankeerstrip. Maar postzegels weggooien kan ik nog steeds niet. Dat blijft.
Kinderpostzegels
Op zaterdag 1 oktober 2005 geschreven door Sentiment
Vanaf 1949 worden er al kinderpostzegels en prentbriefkaarten verkocht aan de deuren door leerlingen van de hoogste klassen van de basisschool.
Wat was het altijd rennen vanuit school als je de zegels ging verkopen. Je belde aan bij het eerste het beste huis waar nog géén deurzegel op de deur zat. Als er open gedaan werd vroeg je met je liefste stem: ‘Dag mevrouw wilt u kinderpostzegels kopen?’en een gevoel van triomf als ze; ‘Ja‘ zei. Je liet haar kiezen aan de hand van de envelop die je bij had waar alle afbeeldingen opstonden. Vervolgens noteerde je naam, adres en de bestelling. Een gratis deurzegel voor op de deur, want die was toch wel belangrijk om niet de hele middag heen en weer naar de voordeur te lopen om open te doen voor kinderen die óók wilden verkopen.
Een aantal weken later mocht je dan je bestelling gaan afleveren. Destijds was het nog contant betalen dus liep je soms met een dikke envelop vol met geld over straat.
Bij ons in de klas was het een wedstrijdje om te kijken wie de meeste zegels kon verkopen, 1974 was mijn topjaar en had ik drie vellen vol. Mijn moeder vond het maar niets dat ik met zoveel geld over straat liep.
Vond jij het leuk om zoveel mogelijk kinderpostzegels te verkopen?
Postzegelautomaten
Op dinsdag 21 juni 2005 geschreven door Sentiment
In 1936 waren de eerste postzegelautomaten in het straatbeeld te zien. In totaal zouden er 3229 opgesteld worden. Het was een verademing want men hoefde niet meer in de lange rij te staan in het postkantoor. De bekendste postzegelautomaat is toch wel de blauwe Kurvers.
Het gebeurde dus regelmatig dat ik ’s avonds naar de automaat werd gestuurd als er geen postzegels meer in huis waren, deze stond ongeveer drie straten verderop.
Ik herinner me nog wel dat als je er geld in gooide, je daarna aan een slinger moest draaien. (Een andere dus als op het plaatje)
Nu zijn ze al bijna dertig jaar uit de straten verdwenen, want de hoge aanmaakkosten en aanpassingen bij een tariefverhoging werden te groot. Maar wat waren ze handig!